Grigori Szur

De joden van Wilno

Een kroniek 1941-1944
Bezorgd en ingeleid door Vladimir Poroedominsky

De stad Wilno in oostelijk Polen (thans de Litouwse hoofdstad Vilnius) is door de eeuwen heen een van de centra van joodse cultuur geweest.

Nadat de Duitsers in juni 1941 de stad in hun bliksemsnelle opmars naar het oosten hadden veroverd, voerden zij met grote voortvarendheid hun Aktionen uit. In enkele maanden tijds werd meer dan de helft van de joodse bevolking vermoord. De ruim 35.000 overlevende joden werden opgesloten in getto's en moesten de Duitsers eerst nog als dwangarbeiders dienen voor ook zij de dood in werden gedreven. Onder hen bevond zich Grigori Szur (1888-1944), die de onvoorstelbare gebeurtenissen vastlegde.

Zonder tussenkomst van het - altijd falende - geheugen wordt de lezer direct geconfronteerd met de dagelijkse werkelijkheid van de joden: met het zware werk en het gemanipuleer met Arbeidsscheine, met de honger, de angst, met de verraderlijke collaboratie uit eigen kring, met de onuitroeibare pogingen om door liefde en uitingen van cultureel leven er toch nog iets van te maken, met de martelingen en de weg naar de dood.


Een pagina uit een van de 39 schriftjes van Grigori Szur

Grigori Szur heeft vooral de feiten voor zichzelf laten spreken en zijn oordelen zijn even spaarzaam als trefzeker. Hij toont zich hiermee een opvallend 'modern' journalist.

'Het lijkt mij dat ik geen tijd meer zal hebben om alles uit te werken, te herschrijven en persklaar te maken. Laat degene dat doen die de beschikking krijgen over mijn kladschriftjes; laat hij me mijn slordigheid, onduidelijkheid en onsystematische wijze van schrijven vergeven. De omstandigheden waaronder gewerkt moest worden, waren heel ongewoon. Er was geen plek, geen papier, geen inkt... Er was iets in mij dat van mij eiste: "Schrijf, schrijf..." Wat je niet opschrijft, vergeet je... En de gebeurtenissen die zich nu voordoen gaan zo snel, zijn zo schokkend, dat als je die vandaag niet onmiddellijk opschrijft, ze morgen al niet volledig, niet helemaal juist meer zullen lijken; door andere gebeurtenissen die dan weer volgen, zul je gedwongen worden om ze met andere ogen te zien, zullen ze naar het tweede plan worden verschoven. Je moet alles onmiddellijk opschrijven, later kan te laat zijn... En als ik zelf het materiaal zou kunnen uitwerken en persklaar maken, wat zou ik dan gelukkig zijn...' - Grigori Szur, 8 juli 1943

Het in het Russisch gestelde handschrift bleef ruim een halve eeuw aan het oog van de wereld onttrokken. Met deze Nederlandstalige uitgave verscheen het werk van Grigori Szur voor het eerst in druk. Inmiddels is het boek vertaald in het Litouws, Russisch en Duits. Dit jaar zal het boek ook in het Italiaans verschijnen.

Vertaald uit het Russisch door Jacqueline Godfried

ISBN 90 5330 187 9
NUGI 648
Paperback; 13,5 x 21 cm.
Omvang: 223 pp.
Geïllustreerd met foto's, kaarten en documenten
EUR 19,00


De W.Z. van een jaar na dato vermeldt trots het snelle installeren van de getto's. Dit knipsel werd gevonden tussen de schriftjes van de auteur

'De intelligente en gevoelige observaties van Szur brengen de dilemma's van het leven in een nachtmerrie angstwekkend dichtbij.' (NRC Handelsblad)

'Het bijzondere van Szurs notities is dat ze een verslag vormen. Hij kijkt niet terug, hij is ooggetuige. Juist doordat hij zo nuchter en bedachtzaam noteert, is dat huiveringwekkend. Terwijl hij schreef klonk nog de echo van geweerschoten en ontploffende handgranaten, het gebrul van de beulen en het geschreeuw van vrouwen, kinderen en gewonden om hem heen. Het is, in die journalistieke zorgvuldigheid, of je dat door de tekst heen hoort.' (de Volkskrant)

'Dat De joden van Wilno zoveel indruk maakt, is ook het resultaat van het zeer precieze werk van Vladimir Poroedominski (neef van Szur), die het manuscript, indertijd uit het getto gesmokkeld door de Litouwse verzetsvrouw Ona Simaite, grondig heeft geredigeerd en ingeleid.' (Vrij Nederland)

'Szur schreef zijn verslag in 39 schriftjes die vijftig jaar lang op een geheime schuilplaats zijn blijven liggen. Aan de tekst is niet te zien dat Szur onder onmogelijke omstandigheden werkte; zelden zal te midden van zo veel levensbedreigende heisa zo'n afstandelijke en geordende registratie zijn ontstaan. Misschien is dat nog wel het verbijsterendste aspect aan De joden van Wilno: Grigori Szur was in staat heel exact (en met de kwaliteiten van een razende reporter) de laaiende hel te beschrijven waarin hij met zijn gehele omgeving was ondergedompeld.' (Het Parool)

'Szur maakte drie jaar lang een macabere sfeerreportage. Hij sprak mensen, noteerde hun ervaringen, verzamelde feiten en schreef het verhaal zo in twee lagen: het verdrietige dagelijkse leven en de statistiek van de terreur. Dat laatste is opmerkelijk; het toont aan dat er veel kennis was in het getto over wat erbuiten gebeurde. Szur geeft informatie over de massa-executies in de buurt, in de bossen van Ponary. Zijn analyse zonder middelen om het een en ander na te gaan, blijkt verrassend nauwkeurig.' (Nederlands Dagblad)

'Mag ik daarom bijzonder veel aandacht vragen voor een kippige brillenjood met een flauwe glimlach en vooruitstekende voortanden. Zijn gezicht is een vergeelde foto op het voorplat van zijn enige boek De joden van Wilno. Hij schreef: "En als ik zelf het materiaal zou kunnen uitwerken en persklaar maken, wat zou ik dan gelukkig zijn..." Het mocht niet zijn, anderen hebben zijn manuscript persklaar gemaakt. Er zitten ontzettend veel weerhaken van weerzin en woede in de tekst, maar het is een hele eer om in die tekst Grigori Szur eindelijk te mogen ontmoeten.' (De Morgen)

'Das ist kein Buch, das man gerne liest, aber eines, das man lesen muss, besonders auch auf deutsch.' (Die Weltwoche)

'Ein sensationelles Buch, das ich uneingeschränkt empfehle!!!!' (Laatste zin van Christiane Burkhardts leesrapport voor Deutsche Taschenbuch Verlag. DTV besloot daarop het boek in Duitsland uit te geven.)